EBA欧洲银行-EBA-GL-2015-16-GLs-on-simplified-obligations-NL_17页_388kb
报告摘要
Samenvatting van EBA/GL/2015/16
1. Kern van de richtsnoeren
De richtsnoeren EBA/GL/2015/16 geven aanleiding tot de toepassing van vereenvoudigde verplichtingen in overeenstemming met artikel 4, lid 5, van Richtlijn 2014/59/EU. Ze dienen als hulpmiddel voor bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten om te bepalen of een instelling in aanmerking komt voor vereenvoudigde verplichtingen, op basis van de in artikel 4, lid 1, genoemde criteria.
2. Toepassingsgebied en adressaten
- Toepassingsgebied: De richtsnoeren zijn van toepassing op instellingen die vallen onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2014/59/EU.
- Adressaten: Ze richten zich op bevoegde autoriteiten (zoals gedefinieerd in punt i) van artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1093/2010) en afwikkelingsautoriteiten (zoals gedefinieerd in punt iv) van artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1093/2010).
- Compliance: Bevoegde autoriteiten moeten aan EBA vóór 16.12.2015 melden of zij de richtsnoeren volgen, of hun redenen indien dit niet het geval is. Elke verandering in de toepassing van de richtsnoeren moet ook worden gemeld.
3. Criteria en indicatoren
De richtsnoeren stellen de volgende criteria voor de beoordeling van vereenvoudigde verplichtingen:
- Omvang
- Verwevenheid
- Reikwijdte en complexiteit van activiteiten
- Risicoprofiel
- Juridische status
- Aard van de bedrijfsactiviteiten
- Aandeelhoudersstructuur
- Rechtsvorm
- Deelname aan een institutioneel protectiestelsel (IPS) of andere coöperatieve systemen
Verplichte indicatoren
De volgende indicatoren zijn verplicht voor de beoordeling van elke criteria:
| Indicator | Toepassingsgebied | Definitie |
|---|---|---|
| Totale activa | wereldwijd | FINREP (IFRS of GAAP) → F 01.01, rij 380 kolom 010 |
| Totale passiva | wereldwijd | FINREP (IFRS of GAAP) → F 01.02, rij 300 kolom 010 |
| Deposito's | wereldwijd | FINREP (IFRS of GAAP) → F 01.02, rij 80 kolom 010 |
| De waarde van OTC-derivaten (nominale) | wereldwijd | FINREP (IFRS) → F 10.00, rijen 300+310+320, kolom 030 + F 11.00, rijen 510+520+530, kolom 030 |
| Rechtsgebiedoverschrijdende verplichtingen | wereldwijd | FINREP (IFRS of GAAP) → F 20.06, rijen 010+040+070, kolom 010, alle landen behalve het land van herkomst |
| Rechtsgebiedoverschrijdende vorderingen | wereldwijd | FINREP (IFRS of GAAP) → F 20.04, rijen 010+040+080+140, kolom 010, alle landen behalve het thuisland |
| Passiva binnen het financiële stelsel | wereldwijd | FINREP (IFRS of GAAP) → F 20.06, rijen 020+030+050+060+100+110, kolom 010, alle landen |
| Activa binnen het financiële stelsel | wereldwijd | FINREP (IFRS of GAAP) → F 20.04, rijen 020+030+050+060+110+120+170+180, kolom 010, alle landen |
| Uitstaande schuldbewijzen | wereldwijd | FINREP (IFRS of GAAP) → F 01.02, rijen 050+090+130, kolom 010 |
Facultatieve indicatoren
De volgende facultatieve indicatoren kunnen worden gebruikt bij de beoordeling:
- Totale uitstaande bedrag bij wanbetaling (EAD)
- Totale activa/BNP van lidstaat
- Totale EAD/BNP van lidstaat
- Totale risicogewogen activa (RWA)
- Totale gelden van klanten
- Totale activa van klanten
- Totale inkomsten uit vergoedingen en provisies
- Marktkapitalisatie
- Waarde van in bewaring gegeven activa
- SREP-score (totaal)
- SREP-scores voor kapitaaltoereikendheid, liquiditeitstoereikendheid, interne governance en instellingsbrede controles
- Gereguleerde activiteiten waarvoor de instelling toestemming heeft verkregen
- Gebruik van geavanceerde modellen voor eigenvermogensvereisten
- Het algemene bedrijfsmodel van de instelling, de levensvatbaarheid en houdbaarheid van de strategie
4. Toepassingsdatum
De richtsnoeren zijn van toepassing met ingang van 17.12.2015.
5. Algemene beginselen
- Er wordt geen relatief gewicht toegekend aan de criteria of indicatoren.
- Bevoegde en afwikkelingsautoriteiten kunnen echter een relatief gewicht toepassen als dat passend is voor de beoordeling.
- De categorisering van instellingen kan worden gedaan op basis van de verplichte indicatoren of andere criteria, zoals een beslisboom.
- Bevoegde autoriteiten moeten rekening houden met de SREP-richtsnoeren en de status van MSI of ASI van de instelling.
- Het vereenvoudigde regime moet worden ingetrokken indien de voorwaarden niet meer gelden of het falen van de instelling een aanzienlijk negatief effect zou kunnen hebben.
6. Samenwerking tussen autoriteiten
- Bevoegde en afwikkelingsautoriteiten moeten samenwerken om een consistent beleid te ontwikkelen.
- Ze moeten de gevolgen van hun beslissingen in alle lidstaten waar de instelling actief is in overweging nemen.
- Indien de categorisering van instellingen wordt toegepast, moet dit op een passende manier gebeuren, met rekening houding op de structuur en activiteiten van de instelling.
展开完整摘要
试读结束,高清完整版pdf/doc/ppt,请点下载