EBA欧洲银行-Revised-Guidelines-on-SREP-28EBA-GL-2018-0329_NL_83页_1mb
报告摘要
Samenvatting van EBA/GL/2018/03: Herziene richtsnoeren inzake SREP en stresstests
1. Nalevings- en rapportageverplichtingen
- Status van de richtsnoeren: De richtsnoeren zijn opgesteld op basis van artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010. Bevoegde autoriteiten zijn verplicht om aan deze richtsnoeren te voldoen en hun praktijk te aanpassen.
- Rapportagevereisten: Bevoegde autoriteiten moeten EBA op 01.04.2019 informeren of zij de richtsnoeren naleven, of er van plan zijn om dit te doen, of de redenen voor niet-naleving. Veranderingen in de nalevingstatus moeten ook worden gemeld.
- Kennismaking: De richtsnoeren worden op de EBA-website bekendgemaakt.
2. Onderwerp en toepassingsgebied
- Onderwerp: De richtsnoeren herzien de gemeenschappelijke procedures en methoden voor het toetsings- en evaluatieproces (SREP) en voegen stresstests voor toezichtdoeleinden toe aan het kader.
- Toepassingsdatum: De herziene richtsnoeren gelden vanaf 01.01.2019.
3. Wijzigingen aan de richtsnoeren
3.1 Titel en inhoud
- De titel van de richtsnoeren wordt uitgebreid met "en stresstests voor toezichtdoeleinden".
- De richtsnoeren bieden gemeenschappelijke methoden voor stresstests die door bevoegde autoriteiten worden uitgevoerd, en helpen bij het bepalen van de context voor toekomstige EBA-stresstests.
3.2 Definities
- Consoliderende instelling: Een instelling die verplicht is om aan prudentiele vereisten op basis van de geconsolideerde situatie te voldoen.
- ICT-risico: Het risico van verliezen als gevolg van inbreuken op geheimhouding, falende integriteit van systemen en data, ongeschiktheid of onbeschikbaarheid van systemen, of het onvermogen om IT binnen een redelijke termijn en met redelijke kosten aan te passen.
- Risicoscore: Een numerieke uitdrukking die de evaluatie van een afzonderlijk risico voor kapitaal, liquiditeit en financiering weergeeft, met aandacht voor de waarschijnlijkheid van een aanzienlijke prudentiele impact.
- Levensvatbaarheidsscore: Een numerieke uitdrukking die de evaluatie van het SREP-element samenvat en het risico voor de levensvatbaarheid van de instelling aanduidt.
- Totale SREP-score: Een score die het gehele risicoprofiel van de instelling weergeeft en wordt gebruikt om de levensvatbaarheid te beoordelen, evenals om toezichtmaatregelen te bepalen en prioriteiten te stellen.
3.3 Paragrafen
- Paragraaf 26a: Bevoegde autoriteiten toekennen risicoscores aan individuele risico's voor kapitaal, liquiditeit en financiering.
- Paragraaf 26b: Levensvatbaarheidsscores worden toegewezen op basis van de evaluatie van vier SREP-elementen.
- Paragraaf 26c: De totale SREP-score wordt bepaald op basis van de totale visie op de bedreigingen van de vier elementen.
- Paragraaf 28: De scores worden gebruikt voor het beoordelen van risico's en als basis voor beslissingen over toezichtmaatregelen.
- Paragraaf 29: Bevoegde autoriteiten gebruiken samenvoegingsmethoden voor risicoscores en kunnen gedetailleerde scores hanteren voor interne doeleinden.
- Paragraaf 30: De risicoscore dient als indicatie van de prudentiele impact van een risico.
- Paragraaf 33: Het woord "algehele" wordt in hoofdletters geschreven.
- Paragraaf 37: "Directie" wordt gedefinieerd als "zoals geledefinieerd in artikel 3, lid 1, onder 9), van Richtlijn 2013/36/EU", en "particualry" wordt vervangen door "particularly".
- Paragraaf 80: Het woord "levensvatbaarheids" wordt toegevoegd aan "score".
- Tabel 2: Wijzigingen worden aangebracht aan de beschrijving van risiconiveaus.
4. Toepassing in titel 5: Beoordeling van interne governance en instellingsbrede risicobeheersing
4.1 Algemene overwegingen
- Bevoegde autoriteiten beoordelen of de interne governance geschikt is voor het risicoprofiel en het bedrijfsmodel van de instelling.
- Ze evalueren de toereikendheid van het risicobeheer, inclusief het interne kapitaal (ICAAP) en interne liquiditeit (IIAAP).
- Ze beoordelen de consistentie en geloofwaardigheid van herstelplannen.
4.2 Het algemene kader voor interne governance
- Bevoegde autoriteiten beoordelen of het kader voor interne governance:
- Duidelijk is, met onderscheid tussen bestuurs- en toezichthoudende functies;
- Robuust, transparant en geschikt is;
- De risicobereidheid en de bedrijfsstrategie ondersteunt;
- De leidinggevenden op de hoogte zijn van de structuur en risicobeheersing;
- Transparant is voor stakeholders.
4.3 Organisatie en functioneren van het leidinggevend orgaan
- Bevoegde autoriteiten beoordelen:
- Of het leidinggevend orgaan geschikt is en de regelingen effectief toepast;
- Of er rekening wordt gehouden met diversiteit bij de rekrutering;
- Of er doeltreffende interactie is tussen directie en toezichthoudende functies;
- Of de leidinggevenden voldoende tijd besteden aan hun functies;
- Of er rekening wordt gehouden met beperkingen op het aantal bestuursfuncties;
- Of er passende praktijken en procedures voor interne governance zijn.
4.4 Bedrijfs- en risicocultuur
- Bevoegde autoriteiten beoordelen of de instelling een gespaste en transparante cultuur heeft die aansluit op de risicobereidheid.
- Ze controleren of de risicocultuur is geïntegreerd en op alle niveaus aanwezig is.
- Ze beoordelen of de instelling onafhankelijke processen heeft voor klokkenluiders en belangenconflicten.
4.5 Beloningsbeleid en -praktijken
- Bevoegde autoriteiten beoordelen of het beloningsbeleid:
- Aansluit op de bedrijfs- en risicostrategie;
- Gebruikt wordt voor geidentificeerde medewerkers en het hele personeel;
- In overeenstemming is met de wetgeving en de EBA-richtsnoeren;
- De variabele component van het beloningsbeleid niet meer dan 100% van de vaste component bedraagt;
- Niet wordt gebruikt om de beloningsvereisten te omzeilen.
4.6 Het kader voor interne risicobeheersing
- Bevoegde autoriteiten beoordelen of de instelling een passend kader heeft voor interne risicobeheersing.
- Ze evalueren de schriftelijke beleidslijnen, het besluitvormingsproces, de scheiding van taken, de middelen en autoriteit van onafhankelijke functies, en de goedkeuring van nieuwe producten.
4.7 Interne auditfunctie
- Bevoegde autoriteiten beoordelen of de interne auditfunctie:
- Doeltreffend en onafhankelijk is;
- In overeenstemming met professionele normen;
- Een duidelijk mandaat heeft en direct rapporteert aan het leidinggevend orgaan;
- De geschiktheid van het governancekader beoordeelt.
5. Conclusie
Deze herziene richtsnoeren van EBA breiden het SREP-kader uit met methoden voor stresstests en voegen nieuwe definities toe, waaronder risicoscore, levensvatbaarheidsscore en totale SREP-score. Ze stelten een gedetailleerde structuur voor inzake interne governance, organisatie, risicocultuur, beloningsbeleid en interne risicobeheersing, waarmee bevoegde autoriteiten beter in staat zijn om risico's te beoordelen en toezichtmaatregelen te nemen. De richtsnoeren gelden vanaf 01.01.2019 en moeten worden ingediend en gevolgd door alle relevante bevoegde autoriteiten.
展开完整摘要
试读结束,高清完整版pdf/doc/ppt,请点下载